Don't look up - door Floor

Afgelopen jaar heb ik een korte serie opgezet over buitendoctoren, het werkend bestaan van doctoren die buiten de universiteit een loopbaan opzetten. In mijn laatste blog zegde ik toe stil te staan bij de rol van werkgevers. Deze serie onderbreek ik met een blog over een urgenter thema, en vraag ik begrip voor het niet nakomen van mijn belofte.

Er is voor mij op dit moment geen urgenter thema dan het klimaat. Wij leven in een dun vlies van gassen die we ‘lucht’ noemen en waarvan de temperatuur slechts binnen een zeer nauwe marge mag fluctueren wil dat leven – ons leven – voortbestaan. Die marge dreigen we te overschrijden en dat betekent maar één ding: we slijten harder en gaan eerder dood. Onze kinderen gaan nog eerder dood. En hun kinderen ook. Het is verleidelijk om nu allerlei techno als reddingsboei in te zetten, maar die vaak energieslurpende oplossingen zullen in praktijk de aarde alleen maar nog sneller uitputten. Afijn, niet om het nieuwe jaar zwartgallig te beginnen, ik schets dit scenario alleen even in grove lijnen om de urgentie van het klimaatthema te onderstrepen. Met dikke, zwarte lijnen die – ik weet het – geen details toelaten; en wellicht is juist de nuance die hiermee uit het beeld verdwijnt wel die opening naar de way out die we nu zo naarstig zoeken.

Ik onderbreek dus mijn serie om stil te staan bij Don’t look up, de Netflix original die kerstavond gelanceerd werd en inmiddels door miljoenen kijkers wereldwijd gezien is. Mocht je niet een van hen zijn: de film gaat over een komeet die op de aarde afstormt, een groep wetenschappers die dat ontdekt en alarm slaat, een president die dit gegeven in haar verkiezingscampagne probeert te timen, twee presentatoren die het nieuws vooral lichtvoetig en gezellig proberen te houden, een techbiljardair die wel markt ziet in de grondstoffen van deze planet killer en een publiek dat digitaal vooral reageert met viral memes maar als mensen van vlees en bloed toch echt wel begrijpen hoe de ontknoping er voor hen uitziet en reageren zoals normale mensen zouden reageren: in paniek en op zoek naar elkaar om de laatste momenten met geliefden door te brengen.

De analogie naar de klimaatcrisis wordt in de film zelf niet gelegd, maar dat hoeft ook niet. Wereldwijd vindt de film bijval van klimaatwetenschappers en -activisten die al decennia alarm slaan en al net zo lang roepende in de woestijn zijn. En aan de andere kant leggen critici zout op de slakken in de film, wijzen ze naar het medium en niet naar de boodschap, wat op de een of andere manier wel weer de tekortkomingen van de hedendaagse media die de film laat zien illustreert, zo niet bevestigt. Kortom, de film is de moeite van het kijken waard (en op momenten beslist ook gewoon grappig) door de spiegel die hij ons voorhoudt.

Het thema van de relatie tussen wetenschappers en het grotere publiek is interessant, juist wanneer deze relatie bemiddeld wordt door politici en media, die elk vanuit een eigen logica en agenda de boodschap vervormen. Als de wetenschappers op televisie hun verhaal doen, moeten ze zich houden aan de ongeschreven regels van het licht amusement en is spot hun deel als ze aan de ernst van hun verhaal vasthouden. Als ze daarentegen hun boodschap in een café verkondigen, ongehinderd door diezelfde regels omdat bediening en gasten niet zitten te wachten op eufemismen en op de man af willen weten hoe het zit, vinden ze gehoor en zien we een normale reactie op het nieuws dat er een planet killer onderweg is.

Het grote thema van ‘niets doen waar actie urgent is’ is in de sociale psychologie genoegzaam onderzocht onder de overkoepelende titel bystander effect of bystander apathy. Kort gezegd staat dit voor het verschijnsel dat we, als er een ramp is, denken dat iemand anders het wel oplost; maar als we dat allemaal van elkaar denken, is er niemand die het oplost. Het gevoel van machteloosheid dat verstopt zit in gedachten als ‘dit zouden ze toch eens moeten oppakken’ of het meer radeloze ‘waarom dóét niemand wat?’ verraadt dat je wellicht zelf te veel een bystander bent. De enormiteit van klimaatverandering kan inderdaad gemakkelijk leiden tot klimaatapathie. Wil je dat doorbreken, dan zit er maar één ding op: zelf bijdragen aan de oplossing.

Afgelopen najaar heb ik als klimaatburgemeester van Nijmegen tientallen mensen gesproken die – soms tegen hun eigen somberte in – hun schouders eronder zetten en concreet aan het werk zijn. Kunstenaars, wetenschappers, docenten en leerlingen, boeren, consumenten, ondernemers, juristen, schrijvers, bouwers, ecologen, huiseigenaren, allemaal mensen van vlees en bloed die normaal – dat wil zeggen: in alle ernst – reageren op de klimaatboodschap en geen spoortje bystander apathy vertonen, niet denken dat een ander het wel oplost en zelf de ramp aangaan.

En mij viel nog iets anders op. Toen ik twee dagen meeliep met the climate miles van Urgenda, een wandeltocht van Eemshaven naar Glasgow, sprak en hoorde ik diverse mensen met oprechte zorgen, maar met een baan waarin zij voor hun zorgen geen enkele uitlaadklep vonden. Hun klimaatzorgen waren louter een privédingetje. Alsof klimaatverandering dat ook is. Persoonlijk heb ik geen geduld meer met weifeling. Het is alle hens aan dek. Echt álle hens. En ik zet er alles voor aan de kant.

Vandaar dat ik deze serie over buitendoctoren onderbreek voor belangrijk nieuws. Beste mensen, het is nu of nooit.

“We really did have everything, didn’t we”, zegt Leonardo DiCaprio tegen het eind van Don’t look up. Ik hoop dat onze nakomelingen terugkijkend zeggen: “They really did do everything, didn’t they?” Met die wens voor ons allemaal ga ik het nieuwe jaar in.