Hartslag - door Floor

Het afgelopen jaar won een team onder leiding van onderzoekers van de Universiteit Leiden de Ig Nobelprijs voor bewijs dat wanneer romantische partners elkaar voor het eerst ontmoeten en zich tot elkaar aangetrokken voelen, hun hartslagen synchroniseren. Voor mij is dit het mooiste nieuws van 2022, want het toont iets heel wezenlijks aan: wij mensen zijn in staat om ons met onze voelende lichamen op elkaar af te stemmen en zo een groter geheel te vormen dan wanneer we alleen zouden zijn.

Intuïtief weet ik dit soort dingen al en uit het onderzoek dat ik doe voor mijn boek over de wereld vanuit posthumanistisch perspectief komt steeds weer naar voren dat wij als levende, biologische en sociale wezens nooit afgesloten van onze Umwelt zijn. Toch is dit feit, dat wij niet afgerond in onszelf in een vacuüm leven, nauwelijks uitgangspunt voor een van de belangrijkste facetten van hoe wij als soort samen leven, namelijk de manier waarop we beleid maken. Beleid gaat door de schaal waarop het betrekking heeft zo goed als altijd over anonieme, en daarmee ontlichaamde en in een vacuüm kalt gestellte eenheden, die op papier ‘leerlingen’, ‘cliënten’, ‘klanten’, ‘bewoners’, ‘burgers’, ‘personeel’, ‘consumenten’ et cetera heten en die zich in hun dagelijkse leven horen te gedragen volgens de richtlijnen en gewoonten die de beleidsmaker hen toedicht. Alsof van het synchroniseren van de hartslag in dat dagelijkse leven geen sprake is.


In de humanistische literatuur kom ik ook voornamelijk ontlichaamde wezens tegen, vaak voorgesteld als een individu tegenover de samenleving of de massa. Alsof daar niets of niemand tussen zit wat ons als individu voedt en afschermt tegen voor ons anonieme beleidsmakers. Begrijp me niet verkeerd, ik ben er niet op uit om ‘het individu’ af te schaffen. Ik vind het alleen niet de interessantste eenheid van analyse, juist doordat het op zichzelf nooit de alles verklarende factor kan zijn, doordat het nooit op zichzelf staat. Humanisme en neoliberalisme hebben elkaar gevonden in het vieren van het individu en het daarmee in een isolement gebracht. De gevolgen van beleid dat het individubegrip aan de basis legt, zijn namelijk samen te brengen onder de noemer van eenzaamheid. Eenzaamheid van mensen in de mensensamenleving (zie bijvoorbeeld The lonely century van Noreena Herz) en van mensen in de meer-dan-mensen-wereld (zie bijvoorbeeld het door E.O. Wilson benoemde Eremozoic of Tijdperk van Eenzaamheid, een tijdsgewricht waarin door de door ons als mensheid geïnitieerde massaextinctie steeds minder leven overblijft en we – oh, Dystopia! – straks alleen nog maar met elkaar deze wereld delen).

In 2022 tikte de mensenteller de 8 miljard aan. Ik voorzie met deze aantallen geen schaalverkleining in beleid. Integendeel, artificial intelligence belooft nog generieker beleid te kunnen produceren én daarin rekening te houden met individuele verschillen. Dat in de algoritmes de logica van de beleidsmaker, inclusief diens papieren verwachtingen over hoe mensen zich gedragen, verscholen blijft, is verpletterend zichtbaar geworden in de toeslagenaffaire. En als ik even terug mag projecteren: ik vermoed dat de gemiddelde beleidsmaker minstens zes Luyendijkse vinkjes heeft en daarmee de eigen successen als vanzelfsprekend terugvoert op persoonlijke – lees: individuele – kwaliteiten, daarmee de logica van het individu bevestigend. Ik verwacht daarom dat de toeslagenaffaire slechts een voorbode is van wat ons aan verdere ontzieling te wachten staat.

En dan dus die Ig Nobelprijs. Twee harten die gaan kloppen als één op het moment van wederzijdse erkenning, misschien wel als bevestiging daarvan. Hoe waardevol zou het zijn als ook dit aspect een rol gaat spelen in het maken van beleid en het bepalen van de schaal daarvan.

“Volg dien hert, dan klop dien laeve”, staat op de muur van een Venloos café geschreven. Volg je hart, dan klopt je leven. Schaalvergroting zou alleen moeten mogen binnen de schaalgrens van de gedeelde hartslag.