Hoe moet je niet schrijven - door Floor

Veel buitenpromovendi reserveren de feestdagen voor een korter of langer schrijfsabbatical tussen de kerststol en oliebol door. De drukte van het werk valt weg, de sfeer in huis is vredig, het lukt om in elk geval een paar blokken van enkele uren te reserveren om eens echt aan het schrijven te gaan.

Begin januari kan het dan zoals afgesproken naar de promotor en ergens in maart volgt de eerste reactie. Die is zo vol rode strepen dat de kerst weliswaar snel weer in herinnering is, maar nu zonder het goede gevoel. Ik geef drie waarschuwingen om teleurstellingen te voorkomen.

De eerste waarschuwing is: begin niet te snel met schrijven. Elk proefschrift bevat een aantal centrale concepten en daar is al heel veel over geschreven door andere onderzoekers. Hebt u alle vooraanstaande auteurs voldoende bestudeerd? Kunt u al een eigen verhaal over hun werk schrijven? Het literatuurhoofdstuk van een proefschrift is geen samenvatting van wat andere mensen vinden, maar van wat u vindt op grond van de bevindingen van anderen. Het moet dus uw eigen verhaal zijn, en liefst natuurlijk kritisch (dat wil zeggen: u laat ook tegengeluiden horen en weerlegt die beargumenteerd) en creatief (u komt met een geheel nieuwe kijk op de zaak). Notoire concepten zijn bijvoorbeeld ‘identiteit’ en ‘cultuur’. Kunt u al overtuigend vertellen op welke manier u die gaat gebruiken voor de rest van uw onderzoek? Als dat niet het geval is, dan doet u er beter aan om eerst een mindmap te maken die zowel de belangrijkste onderdelen en auteurs als de relaties daartussen weergeeft. Als u die dan naar uw promotor stuurt, dan ziet deze niet alleen wat u gaat bespreken (en dat komt dan later nog wel wat uitgebreider), maar belangrijker ook: hoe u structuur hebt aangebracht in wat u hebt gelezen. Kwaliteit gaat altijd boven kwantiteit.

Heb u al genoeg gelezen en te vertellen, dan is de tweede waarschuwing: stuur geen omgevallen boekenkast op. Sommige mensen beginnen gewoon te schrijven en zien wel waar het schip strandt. Dat strandt al redelijk snel onder de ogen van een ongeduldige lezer. In hoofdstuk 5.2 van het Handboek Buitenpromoveren presenteren we een vijftal typen schrijvers en hun valkuilen. We adviseren daar ook om eerst een plan te maken en om bij dat plan vooral ook de toekomstige lezer voor ogen te houden. In het geval van een proefschrift is dat een wetenschapper, en wetenschappers hebben zo hun eigen leesgewoonten. Zo kijken ze eerst naar de literatuurlijst en vervolgens naar de eerste pagina. Zorg dat de literatuurlijst qua referentiesysteem op orde is (en de belangrijkste auteurs bevat), en zorg dat op de eerste pagina te lezen staat wat het belangrijkste punt van uw eigen verhaal is. Van daaruit vertelt u alleen nog wat nodig is om de lezer te overtuigen van de validiteit van dat punt, niet wat u leuk vindt om te vertellen. Een proefschrift is geen kroeg.

Hebt u een tekst die u durft op te sturen? Dan is de derde en laatste waarschuwing: stuur geen tekst met schrijf- en grammaticale fouten. Ik neem aan dat deze waarschuwing geen verdere toelichting behoefd (< ja, daarom dus).

Meer over dit onderwerp: Tara Brabazo, How not to write a PhD thesis.