Blog Expertisecentrum Buitenpromoveren
Thomas Midgley - door Floor - mei 2026
Er was een tijd dat geld belangrijker werd gevonden dan gezondheid. Dat weten we doordat bedrijven producten maakten met stoffen en/of processen waarvan ze wisten dat ze giftig zijn. En niet eens kleinschalige vervaardiging voor een nichemarkt; neen, grootschalige productie voor massaconsumptie door een publiek dat zich van geen kwaad bewust was. Google maar eens op oude filmpjes, alledaags volk gebruikte DDT als was het deodorant. Totdat Rachel Carson begin jaren 60 het verband blootlegde tussen deze pesticide en het verdwijnen van insecten en vogels. Haar boek Silent Spring lag aan de basis van het verbod op DDT en ook de moderne milieubeweging.
Dat het verspreiden van desinformatie en de samenwerking met ambtenaren hoort bij het standaardpakket aan marketingstrategieën van schadelijke industrieën, is inmiddels genoegzaam bekend. Berucht zijn ook de lobbysuccessen van de handelaren in tabak en fossiele energie. Ik wil het in deze blog over wetenschapsethiek hebben vanuit de vraag: moet alles wat kan ook kunnen? Dat doe ik aan de hand van Thomas Midgley, naamgever van deze blog.1)
Op de vraag of alles wat kan ook moet kunnen is het kapitalistische antwoord volmondig: ja! Thomas Midgley staat model voor dit enthousiasme. Hij ontdekte dat tetraethyllood in de benzine zorgde voor minder schokkende motoren. Daarop richtten General Motors (waar Midgley op de onderzoeksafdeling werkte), Du Pont en Standard Oil in 1923 samen de Ethyl Gasoline Corporation op. ‘Ethyl’ is de afkorting voor tetraethyllood, dat ook had kunnen worden afgekort met ‘lood’, waaronder het breder bekendstaat – en dat dus makkelijker alarmbellen zou doen afgaan. Dat we tegenwoordig bij de pomp alleen ‘loodvrij’ kunnen kiezen terwijl ‘loodvol’ niet meer in de handel is, ligt niet aan het geweten van Thomas Midgley. Tijdens een demonstratie voor de pers waste hij zijn handen niet in onschuld, maar in het loodmengsel en snoof dit een minuut lang op om te bewijzen dat het ongevaarlijk was. Aperte misleiding, want een paar maanden eerder was hij, net als vele werknemers van de Ethyl Gasoline Corporation, ziek geworden door het zenuwgif in te ademen.
In de VS is lood in de benzine sinds 1996 verboden, in de EU sinds 2000. Dat betekent dat gedurende zo’n driekwart eeuw grote hoeveelheden gif in onze leefomgeving zijn terechtgekomen. Via onderzoek naar haarplukken weten we dat loodopname door het menselijk lichaam na het verbod gestaag afneemt. Haarmonsters van voor 1970 bevatten veertig tot zestig, soms wel honderd delen per miljoen lood, nu is dat minder dan één deel. Regelgeving werkt dus.2)
Terug naar Thomas Midgley. Na zijn ‘verbetering’ wierp hij zich op het beveiligen van koelkasten. Daarvoor ontwikkelde hij het gas chloorfluoridekoolstoffen, dat stabiel, onbrandbaar en veilig om in te ademen is. We kennen dit gas onder de afkorting ‘cfk’s’, stoffen die vanaf de jaren dertig in productie kwamen en breed toepasbaar bleken, van koelkasten dus en airco’s tot haarlak en, wederom, deodorant. Ook deze uitvinding bleef niet zonder gevolgen. In de jaren 80 bleek dat cfk’s gaten in onze ozonlaag maken. In een verbijsterend effectieve samenwerking tussen wetenschap en politiek die uitmondde in het zogenaamde Montrealprotocol, werden cfk’s verboden en zien we tegenwoordig weer herstel in onze stratosfeer.3) Dat er minder gaten zijn maakt van de hele geschiedenis dus geen hoax, maar het bewijs dat internationale samenwerking tussen wetenschap en politiek werkt.
Moet alles wat kan dus kunnen? Thomas Midgley staat model voor drie mogelijke antwoorden. De eerste twee zijn ethisch. Als iets kan en je weet dat het alom schadelijk is, dan is het antwoord: nee. Als iets kan en je weet nog niet of het en hoe dan alom schadelijk is, dan is het antwoord: nee, tot we meer weten. Dit is het voorzorgsprincipe, dat inmiddels aan de basis ligt van EU milieuwetgeving. Deze antwoorden worden bepaald door overwegingen vooraf, waarbij de focus – althans ethisch gezien – ligt op het vermijden van ingeschat onheil.4) Het derde antwoord is praktisch. Thomas Midgley kreeg polio en werd kreupel. Hij ontwierp voor zichzelf een apparaat met gemotoriseerde katrollen die hem in bed hielpen. Terwijl hij op 2 november 1944 de machine in werking zette, raakte hij verstrikt in de kabels en werd hij langzaam gewurgd. Dit scenario had hij vast niet voorzien, maar zat wel als het ware in de mechanica besloten. Het kan dus en moet daardoor eens gebeuren, we weten alleen nog niet precies wanneer en hoe. Dit antwoord wordt dus bepaald door het resultaat, waarvan we dus achteraf pas de onvermijdelijkheid leren kennen. Of we dit soort risico’s willen nemen? Daar zijn dan die eerste twee antwoorden weer leidend bij.
Alle drie de antwoorden zijn valide. Wanneer het moment daar is dat gezondheid daadwerkelijk belangrijker wordt gevonden dan geld, is nog onduidelijk.
1) Kat Eschner, One Man Invented Two of the Deadliest Substances of the 20th Century. Geraadpleegd op 1 mei 2026.
2) Andrei Stiru, Waarom het verbod op loodbenzine een van de effectiefste milieumaatregelen ooit was. Geraadpleegd op 1 mei 2026.
3) About Montreal Protocol. Geraadpleegd op 1 mei 2026.
4) Isabelle Stengers betoogt in haar boek In catastrophic times. Resisting the coming barbarism dat kapitalisme onheil sticht als haar wingebied.
Blog Expertisecentrum Buitenpromoveren
P. Akkermans - door Kerstin - maart 2026
Wie oud genoeg is om Van Kooten en De Bie bewust te hebben meegemaakt, hoort bij de naam P. Akkermans waarschijnlijk meteen een stemmetje. Een wat ijle stem, een tikje hoog, een tikje gewichtig, maar bovenal verwachtingsvol. Prof. dr. ir. P. Akkermans was niet gevraagd, niet gepolst, niet benaderd en al helemaal niet benoemd. Maar hij werd wel genoemd. Althans, dat had hij horen zeggen. En dat was voldoende om met een ernstig gezicht plaats te nemen voor de camera.
Er zit iets onweerstaanbaars in die gedachte. Genoemd worden is in Nederland een bijna officiële tussenfase tussen niets en iets. Je bent nog nergens, maar je hangt al in de lucht. Je naam circuleert. Je bent nog geen minister, bestuurder, hoogleraar, voorzitter of bijzonder adviseur, maar er is beweging rond je persoon. En beweging, zo weten we sinds de moderne managementtaal, is bijna hetzelfde als betekenis.
Ook de wetenschap kent haar Akkermansen. Niet omdat wetenschappers per definitie ijdel zijn. Wie ooit vier jaar heeft geworsteld met een literatuurlijst, een lastig databestand, een weerbarstige promotor of een voetnoot die niet wil gehoorzamen, weet dat wetenschap eerder een oefening in nederigheid is. Maar het academische systeem is óók een systeem van namen. Wie wordt genoemd? Wie staat op het artikel? Wie mag spreken op het congres? Wie zit in de commissie? Wie wordt geciteerd? Wie mag de onderzoekslijn trekken? Wie is zichtbaar, en wie doet in stilte het werk? Laat ik even uit de school klappen: ook Floor en ik hebben, zij het kortstondig, een robbertje gevochten om wie als eerste naam op ons Handboek en Werkboek Buitenpromoveren genoemd mocht worden.
Voor buitenpromovendi is die vraag extra interessant. Zij bevinden zich vaak aan de rand van de universiteit, maar niet aan de rand van de kennis. Ze werken in ziekenhuizen, scholen, rechtbanken, gemeenten, bedrijven, maatschappelijke organisaties of als zelfstandig professional. Daar zien ze dingen die binnen de universiteit soms pas veel later als ‘relevant onderzoeksobject’ worden herkend. Ze hebben praktijkkennis, veldgevoel, professionele intuïtie en vaak een grote persoonlijke drive. Alleen: hun naam wordt niet altijd vanzelf genoemd. Sterker nog: soms moeten buitenpromovendi eerst bewijzen dat ze überhaupt in de academische conversatie thuishoren. Niet omdat hun onderwerp minder interessant is, maar omdat hun route minder standaard is. Ze hebben geen kamertje op de vakgroep, geen daily koffieautomaatgesprekken, geen vanzelfsprekende plek in het promovendioverleg. Ze komen binnen via een zijdeur die officieel openstaat, maar waar soms nog een stoel, drie formulieren en een misverstand voor staan.
En dan is er de actualiteit. Universiteiten kijken scherper naar geld, tijd en capaciteit. Begeleiding kost tijd. Promotietrajecten vragen infrastructuur. Niet-werknemerpromovendi
zijn niet gratis, ook niet als zij zelf geen salaris van de universiteit ontvangen. Dat is op zichzelf geen vreemde constatering. Wetenschap drijft niet alleen op idealisme, maar ook
op agenda’s, uren, bibliotheken, ethische commissies, datamanagement, promotiecommissies en mensen die e-mails beantwoorden met zinnen als: “Dank voor uw bericht, ik kom hier zo spoedig mogelijk op terug.” Toch schuurt er iets wanneer buitenpromoveren vooral in financiële termen wordt besproken. Alsof de buitenpromovendus een kostenpost is die zich toevallig heeft vermomd als onderzoeker. Terwijl je het ook anders kunt bekijken: als iemand die kennis, ervaring, netwerk, maatschappelijke vragen en vaak ook een flinke dosis eigen tijd meebrengt. Iemand die niet vraagt: ‘Word ik genoemd?’, maar: ‘Mag mijn vraag meedoen?’
Daar zit het verschil met professor Akkermans. Akkermans wachtte niet zozeer op een inhoudelijk gesprek; hij wachtte op erkenning. Hij was minder geïnteresseerd in het probleem dan in de functie die mogelijk bij het probleem hoorde. De buitenpromovendus is meestal precies andersom. Die begint niet bij de titel, maar bij de vraag. Waarom werkt deze aanpak wel in de praktijk, maar niet in de theorie? Waarom sluiten regels niet aan op mensen? Waarom verdwijnt kennis uit organisaties zodra ervaren professionals vertrekken? Waarom doen we alsof iets goed geregeld is, terwijl iedereen in het veld weet dat het piept en kraakt? Pas veel later komt de titel in beeld. Doctor worden is mooi. Natuurlijk. Niemand schrijft jarenlang avonden, weekenden en vakanties vol uitsluitend uit liefde voor het subhoofdstuk. Maar de beste buitenpromoties beginnen zelden met de wens om ‘dr.’ op een visitekaartje te zetten. Ze beginnen met irritatie, verwondering, koppigheid of een professioneel ongemak dat niet meer weggaat.
Misschien zouden universiteiten daarom iets vaker Akkermans in gedachten moeten houden om buitenpromovendi te waarderen voor wie zij zijn. Er is een wereld van verschil tussen iemand die vooral beschikbaar is voor erkenning en iemand die beschikbaar is voor onderzoek.
Neem contact op
Floor en Kerstin zijn makkelijk bereikbaar en reageren (vrijwel) altijd snel.
Archief
Lees hier alle blogs van de afgelopen jaren.
Blogs 2023-
Hartslag - door Floor (2301)
Jean Baudrillard - door Kerstin (2303)
Arbeidsdag - door Floor (2305)
Hrotsvitha von Gandersheim - door Kerstin (2307)
Woedende wetenschap - door Floor (2309)
Barbie - door Kerstin (2311)
Dr Swift - door Floor (2401)
Roodkapje - door Kerstin (2403)
Spinsels - door Floor (2501)
Brand(t) - door Kerstin (2503)
Pleister - door Floor (2505)
Merlijn - door Kerstin (2507)
Metafysica - door Floor (2509)
Victor Frankenstein - door Kerstin (2511)
Diplomatiek - door Floor (2601)
P. Akkermans - door Kerstin (2603)
Thomas Midgley - door Floor (2605)
Blogs 2019-2022
Bedriegerscomplex - door Floor (1901)
Amy ten Have Groskamp - door Kerstin (1903)
Hitchhikers guide to the doctorate - door Floor (1905)
Alan Turing - door Kerstin (1907)
Boeken die je niet gelezen hebt - door Floor (1909)
Menno Wigman - door Kerstin (1911)
Zwarte gaten - door Floor (2001)
Hesther Robbe - door Kerstin (2003)
Breakdown of the normal - door Floor (2005)
Der Willy - door Kerstin (2007)
Tsundoku - door Floor (2009)
Helene Smith - door Kerstin (2011)
Buitendoctoren - door Floor (2101)
Lord Voldemort - door Kerstin (2103)
Buitendoctoren ii - door Floor (2105)
Borat Sagdiyev - door Kerstin (2107)
Buitendoctoren iii - door Floor (2109)
Hildegard van Bingen - door Kerstin (2111)
Don’t look up - door Floor (2201)
Paul Baran - door Kerstin (2203)
Buitendoctoren iv - door Floor (2205)
Rene Descartes - door Kerstin (2207)
Roadtrip - door Floor (2209)
Femke Bol - door Kerstin (2211)
Blogs 2016-2018
Seth Roberts - door Kerstin (1610)
Type Meckering - door Floor (1610)
Anton Heyboer - door Kerstin (1611)
Type Rose - door Floor (1611)
Albert Einstein - door Kerstin (1612)
Hoe moet je niet schrijven - door Floor (1612)
Wim Kayzer - door Kerstin (1701)
Post-truth - door Floor (1702)
Max Havelaar - door Kerstin (1703)
Paaseieren - door Floor (1704)
Maurits Escher - door Kerstin (1705)
Over bubbels - door Floor (1706)
Metusalem - door Kerstin (1707)
Over kevers en zo - door Floor (1708)
Sally and Anne - door Kerstin (1709)
Mores leren - door Floor (1710)
Academia obscura - door Floor (1712)
Be my eyes - door Kerstin (1801)
De waanzin van de hoepelrok - door Floor (1803)
Ginevra - door Kerstin (1805)
Hans Dorrestijn - door Kerstin (1807)
Serious business - door Floor (1809)
Pieter van Mierevelt - door Kerstin (1811)




Over ons
De auteurs van het Handboek Buitenpromoveren
dr. Floor Basten
06 - 25 57 59 57
persoonlijke website
cv-floorbasten.pdf
dr. Kerstin van Tiggelen, MBA
06 - 51 35 08 97
persoonlijke website
cv-kerstinvantiggelen.pdf
BOEKEN
Een must
WORKSHOPS
Beste start