Blogs

Blog Expertisecentrum Buitenpromoveren

Droomtijd - door Floor - september 2026

Wie net als ik in een studentenstad woont, is misschien bekend met het volgende verschijnsel, dat zich steeds in deze tijd van het jaar voordoet. Het is introductieweek en de eerstejaars komen kennismaken met elkaar, hun studiegenoten en het uitgaansleven. Maar anders dan bij andere terugkerende verschijnselen zoals de eerste lenteregen of kerst, verandert de waarneming; het lijkt namelijk alsof de studenten elk jaar jonger worden. Dat is natuurlijk niet zo, ze tellen – ongeveer – evenveel jaren als ik bij mijn introductie. In absolute zin zijn ze dus even oud. Maar in relatieve zin klopt het wel; studenten worden jaarlijks steeds een jaar jonger dan ik ben. Als ik mezelf als referentiepunt neem, heb ik dus gelijk.

Het zal duidelijk zijn dat dit verschijnsel illustratief is voor iets wat wel vaker voorkomt: door jezelf als maatstaf te nemen ontwikkel je een werkelijkheidsperspectief dat niet hetzelfde is als wanneer je anders zou kijken. In zijn boek De zeven vinkjes (2022, Uitgeverij Pluim) beschrijft Joris Luyendijk hoe je sociaal-culturele bagage je blind kan maken voor de ervaringen van mensen zonder deze bagage. Ook binnen een gedeelde maatschappelijke context speelt dit soort blinde vlekken een rol. Zo hoorde ik in een bijeenkomst van decanen en universitaire onderwijsdirecteuren een theoretisch natuurkundige eens zeggen dat zijn afdeling geen last heeft van bezuinigingen, nooit gehad ook, alles koek en ei, dus heeft niemand een probleem. Dat was een beetje een pijnlijke conclusie voor zijn buurvrouw, wiens psychologie-afdeling meer dan gehalveerd was door de recente kabinetsbesluiten om allerlei opleidingen in het hoger onderwijs te schrappen. Van wat ik gelezen heb over theoretische natuurkunde, bijvoorbeeld Meeting the universe halfway van Karen Barad (Duke University Press, 2007), zou hij geweten moeten hebben dat het meetinstrument, bijvoorbeeld hijzelf, de waarneming bepaalt. Enige bescheidenheid over de reikwijdte van zijn conclusie was dus gepast geweest. Maar zoals dat gaat in de wetenschap: één boek is geen boek, dus misschien zijn Niels Bohr en collegae achterhaald, is kwantumfysica allang en breed uit, moet ik meer bij mijn leest lezen.

Eén wetenschapper is ook geen wetenschapper. Om op onvolledige waarnemingen gebaseerde, al te grove denkfouten te voorkomen, heeft de wetenschap lang vastgehouden aan het ideaal van de objectieve waarneming. Mede door zorgvuldigheid in de pogingen daartoe moest uiteindelijk geconcludeerd worden dat die objectieve waarneming niet kan worden gerealiseerd. Wat nu? Want wetenschap als ‘ook maar een mening’ is een onhandige opvatting om tot verdere kennis, inzichten en ethische implicaties te komen. Een andere manier om denkfouten te voorkomen is daarom nodig en gevonden in het vergroten van variatie in de kenmerken van wetenschappers. Niet langer meer vooral mensen met zeven of zes vinkjes, maar diversiteit in de wetenschappelijke bevolking. Helaas wordt dit vaak nogal eenzijdig opgevat in termen van identiteit, worden bureaucratisch alsnog vinkjes gezet om aan quota te voldoen, gaan zich aldus geschoffeerd voelende wetenschappers op zoek naar theorieën om de wetenschappelijke kwaliteiten van anders-gevinkte collega’s aan te vallen en zijn we eigenlijk en kort gezegd dus best gek bezig. Toegang tot wetenschap is geen biologisch gedetermineerde kwestie, uitsluiting vindt plaats eerder op grond van vooroordelen en bijbehorende zelfselectie. Eenmaal ‘binnen’ wordt de atypische wetenschapper gemakkelijk de toetssteen van het diversiteitsbeleid.

Variatie in de wetenschappelijke bevolking gaat over het toelaten van uiteenlopende perspectieven en, niet onbelangrijk, wegen om tot die perspectieven te komen. Die zijn deels sociobiografisch (eerstegeneratiestudent), deels hardwired (neurodiversiteit), deels domweg vaag. Zo ontdekte Friedrich August Kekulé von Stradonitz de benzeenring doordat hij droomde van een slang die in zijn eigen staart beet en ook de Russisch existentialistische filosoof Nikolai Berdyaev gaf ooit als bronvermelding in een voetnoot aan: “This was once revealed to me in a dream.” Zelf had ik in 1998 vlak voordat ik in slaap viel een inval voor hoe ik de data voor mijn promotieonderzoek moest ordenen – en gelukkig had ik nog net de tegenwoordigheid van geest om dit op te schrijven, zodat ik de volgende dag meteen aan de slag kon. Want dat volgt natuurlijk op de droom: de daad om haar in verder denken en doen uit te werken. Bij voorkeur in variatie, monocultuur is de doodslag voor creativiteit en inspiratie.

Elk jaar wordt de studentenpopulatie jonger dan ik, maar voor de rest deelt de meerderheid mijn uiterlijke kenmerken. Hopelijk groeit er veel variatie in perspectieven en plaveien hun dromen ooit de weg naar een beter begrip.

Want ik heb ook een droom en dat is dat we ooit in al onze variaties de gelijkwaardigheid van alles en iedereen beter begrijpen en stoppen elkaar naar het leven te staan. 

Blog Expertisecentrum Buitenpromoveren

Thomas Midgley - door Floor - mei 2026

Er was een tijd dat geld belangrijker werd gevonden dan gezondheid. Dat weten we doordat bedrijven producten maakten met stoffen en/of processen waarvan ze wisten dat ze giftig zijn. En niet eens kleinschalige vervaardiging voor een nichemarkt; neen, grootschalige productie voor massaconsumptie door een publiek dat zich van geen kwaad bewust was. Google maar eens op oude filmpjes, alledaags volk gebruikte DDT als was het deodorant. Totdat Rachel Carson begin jaren 60 het verband blootlegde tussen deze pesticide en het verdwijnen van insecten en vogels. Haar boek Silent Spring lag aan de basis van het verbod op DDT en ook de moderne milieubeweging.

Dat het verspreiden van desinformatie en de samenwerking met ambtenaren hoort bij het standaardpakket aan marketingstrategieën van schadelijke industrieën, is inmiddels genoegzaam bekend. Berucht zijn ook de lobbysuccessen van de handelaren in tabak en fossiele energie. Ik wil het in deze blog over wetenschapsethiek hebben vanuit de vraag: moet alles wat kan ook kunnen? Dat doe ik aan de hand van Thomas Midgley, naamgever van deze blog.1)

Op de vraag of alles wat kan ook moet kunnen is het kapitalistische antwoord volmondig: ja! Thomas Midgley staat model voor dit enthousiasme. Hij ontdekte dat tetraethyllood in de benzine zorgde voor minder schokkende motoren. Daarop richtten General Motors (waar Midgley op de onderzoeksafdeling werkte), Du Pont en Standard Oil in 1923 samen de Ethyl Gasoline Corporation op. ‘Ethyl’ is de afkorting voor tetraethyllood, dat ook had kunnen worden afgekort met ‘lood’, waaronder het breder bekendstaat – en dat dus makkelijker alarmbellen zou doen afgaan. Dat we tegenwoordig bij de pomp alleen ‘loodvrij’ kunnen kiezen terwijl ‘loodvol’ niet meer in de handel is, ligt niet aan het geweten van Thomas Midgley. Tijdens een demonstratie voor de pers waste hij zijn handen niet in onschuld, maar in het loodmengsel en snoof dit een minuut lang op om te bewijzen dat het ongevaarlijk was. Aperte misleiding, want een paar maanden eerder was hij, net als vele werknemers van de Ethyl Gasoline Corporation, ziek geworden door het zenuwgif in te ademen.

In de VS is lood in de benzine sinds 1996 verboden, in de EU sinds 2000. Dat betekent dat gedurende zo’n driekwart eeuw grote hoeveelheden gif in onze leefomgeving zijn terechtgekomen. Via onderzoek naar haarplukken weten we dat loodopname door het menselijk lichaam na het verbod gestaag afneemt. Haarmonsters van voor 1970 bevatten veertig tot zestig, soms wel honderd delen per miljoen lood, nu is dat minder dan één deel. Regelgeving werkt dus.2)

Terug naar Thomas Midgley. Na zijn ‘verbetering’ wierp hij zich op het beveiligen van koelkasten. Daarvoor ontwikkelde hij het gas chloorfluoridekoolstoffen, dat stabiel, onbrandbaar en veilig om in te ademen is. We kennen dit gas onder de afkorting ‘cfk’s’, stoffen die vanaf de jaren dertig in productie kwamen en breed toepasbaar bleken, van koelkasten dus en airco’s tot haarlak en, wederom, deodorant. Ook deze uitvinding bleef niet zonder gevolgen. In de jaren 80 bleek dat cfk’s gaten in onze ozonlaag maken. In een verbijsterend effectieve samenwerking tussen wetenschap en politiek die uitmondde in het zogenaamde Montrealprotocol, werden cfk’s verboden en zien we tegenwoordig weer herstel in onze stratosfeer.3) Dat er minder gaten zijn maakt van de hele geschiedenis dus geen hoax, maar het bewijs dat internationale samenwerking tussen wetenschap en politiek werkt.

Moet alles wat kan dus kunnen? Thomas Midgley staat model voor drie mogelijke antwoorden. De eerste twee zijn ethisch. Als iets kan en je weet dat het alom schadelijk is, dan is het antwoord: nee. Als iets kan en je weet nog niet of het en hoe dan alom schadelijk is, dan is het antwoord: nee, tot we meer weten. Dit is het voorzorgsprincipe, dat inmiddels aan de basis ligt van EU milieuwetgeving. Deze antwoorden worden bepaald door overwegingen vooraf, waarbij de focus – althans ethisch gezien – ligt op het vermijden van ingeschat onheil.4) Het derde antwoord is praktisch. Thomas Midgley kreeg polio en werd kreupel. Hij ontwierp voor zichzelf een apparaat met gemotoriseerde katrollen die hem in bed hielpen. Terwijl hij op 2 november 1944 de machine in werking zette, raakte hij verstrikt in de kabels en werd hij langzaam gewurgd. Dit scenario had hij vast niet voorzien, maar zat wel als het ware in de mechanica besloten. Het kan dus en moet daardoor eens gebeuren, we weten alleen nog niet precies wanneer en hoe. Dit antwoord wordt dus bepaald door het resultaat, waarvan we dus achteraf pas de onvermijdelijkheid leren kennen. Of we dit soort risico’s willen nemen? Daar zijn dan die eerste twee antwoorden weer leidend bij.

Alle drie de antwoorden zijn valide. Wanneer het moment daar is dat gezondheid daadwerkelijk belangrijker wordt gevonden dan geld, is nog onduidelijk.


1) Kat Eschner, One Man Invented Two of the Deadliest Substances of the 20th Century. Geraadpleegd op 1 mei 2026.
2) Andrei Stiru, Waarom het verbod op loodbenzine een van de effectiefste milieumaatregelen ooit was. Geraadpleegd op 1 mei 2026. 
3) About Montreal Protocol. Geraadpleegd op 1 mei 2026.  
4) Isabelle Stengers betoogt in haar boek In catastrophic times. Resisting the coming barbarism dat kapitalisme onheil sticht als haar wingebied. 

Blog Expertisecentrum Buitenpromoveren

P. Akkermans - door Kerstin - maart 2026

Wie oud genoeg is om Van Kooten en De Bie bewust te hebben meegemaakt, hoort bij de naam P. Akkermans waarschijnlijk meteen een stemmetje. Een wat ijle stem, een tikje hoog, een tikje gewichtig, maar bovenal verwachtingsvol. Prof. dr. ir. P. Akkermans was niet gevraagd, niet gepolst, niet benaderd en al helemaal niet benoemd. Maar hij werd wel genoemd. Althans, dat had hij horen zeggen. En dat was voldoende om met een ernstig gezicht plaats te nemen voor de camera.

Er zit iets onweerstaanbaars in die gedachte. Genoemd worden is in Nederland een bijna officiële tussenfase tussen niets en iets. Je bent nog nergens, maar je hangt al in de lucht. Je naam circuleert. Je bent nog geen minister, bestuurder, hoogleraar, voorzitter of bijzonder adviseur, maar er is beweging rond je persoon. En beweging, zo weten we sinds de moderne managementtaal, is bijna hetzelfde als betekenis.

Ook de wetenschap kent haar Akkermansen. Niet omdat wetenschappers per definitie ijdel zijn. Wie ooit vier jaar heeft geworsteld met een literatuurlijst, een lastig databestand, een weerbarstige promotor of een voetnoot die niet wil gehoorzamen, weet dat wetenschap eerder een oefening in nederigheid is. Maar het academische systeem is óók een systeem van namen. Wie wordt genoemd? Wie staat op het artikel? Wie mag spreken op het congres? Wie zit in de commissie? Wie wordt geciteerd? Wie mag de onderzoekslijn trekken? Wie is zichtbaar, en wie doet in stilte het werk? Laat ik even uit de school klappen: ook Floor en ik hebben, zij het kortstondig, een robbertje gevochten om wie als eerste naam op ons Handboek en Werkboek Buitenpromoveren genoemd mocht worden.

Voor buitenpromovendi is die vraag extra interessant. Zij bevinden zich vaak aan de rand van de universiteit, maar niet aan de rand van de kennis. Ze werken in ziekenhuizen, scholen, rechtbanken, gemeenten, bedrijven, maatschappelijke organisaties of als zelfstandig professional. Daar zien ze dingen die binnen de universiteit soms pas veel later als ‘relevant onderzoeksobject’ worden herkend. Ze hebben praktijkkennis, veldgevoel, professionele intuïtie en vaak een grote persoonlijke drive. Alleen: hun naam wordt niet altijd vanzelf genoemd. Sterker nog: soms moeten buitenpromovendi eerst bewijzen dat ze überhaupt in de academische conversatie thuishoren. Niet omdat hun onderwerp minder interessant is, maar omdat hun route minder standaard is. Ze hebben geen kamertje op de vakgroep, geen daily koffieautomaatgesprekken, geen vanzelfsprekende plek in het promovendioverleg. Ze komen binnen via een zijdeur die officieel openstaat, maar waar soms nog een stoel, drie formulieren en een misverstand voor staan.

En dan is er de actualiteit. Universiteiten kijken scherper naar geld, tijd en capaciteit. Begeleiding kost tijd. Promotietrajecten vragen infrastructuur. Niet-werknemerpromovendi
zijn niet gratis, ook niet als zij zelf geen salaris van de universiteit ontvangen. Dat is op zichzelf geen vreemde constatering. Wetenschap drijft niet alleen op idealisme, maar ook
op agenda’s, uren, bibliotheken, ethische commissies, datamanagement, promotiecommissies en mensen die e-mails beantwoorden met zinnen als: “Dank voor uw bericht, ik kom hier zo spoedig mogelijk op terug.” Toch schuurt er iets wanneer buitenpromoveren vooral in financiële termen wordt besproken. Alsof de buitenpromovendus een kostenpost is die zich toevallig heeft vermomd als onderzoeker. Terwijl je het ook anders kunt bekijken: als iemand die kennis, ervaring, netwerk, maatschappelijke vragen en vaak ook een flinke dosis eigen tijd meebrengt. Iemand die niet vraagt: ‘Word ik genoemd?’, maar: ‘Mag mijn vraag meedoen?’

Daar zit het verschil met professor Akkermans. Akkermans wachtte niet zozeer op een inhoudelijk gesprek; hij wachtte op erkenning. Hij was minder geïnteresseerd in het probleem dan in de functie die mogelijk bij het probleem hoorde. De buitenpromovendus is meestal precies andersom. Die begint niet bij de titel, maar bij de vraag. Waarom werkt deze aanpak wel in de praktijk, maar niet in de theorie? Waarom sluiten regels niet aan op mensen? Waarom verdwijnt kennis uit organisaties zodra ervaren professionals vertrekken? Waarom doen we alsof iets goed geregeld is, terwijl iedereen in het veld weet dat het piept en kraakt? Pas veel later komt de titel in beeld. Doctor worden is mooi. Natuurlijk. Niemand schrijft jarenlang avonden, weekenden en vakanties vol uitsluitend uit liefde voor het subhoofdstuk. Maar de beste buitenpromoties beginnen zelden met de wens om ‘dr.’ op een visitekaartje te zetten. Ze beginnen met irritatie, verwondering, koppigheid of een professioneel ongemak dat niet meer weggaat.

Misschien zouden universiteiten daarom iets vaker Akkermans in gedachten moeten houden om buitenpromovendi te waarderen voor wie zij zijn. Er is een wereld van verschil tussen iemand die vooral beschikbaar is voor erkenning en iemand die beschikbaar is voor onderzoek.

Neem contact op

Floor en Kerstin zijn makkelijk bereikbaar en reageren (vrijwel) altijd snel.

Handboek bestellen (€ 57,95 inclusief verzendkosten); vergeet je adres niet...
Werkboek bestellen (€ 34,95 inclusief verzendkosten); vergeet je adres niet...
Bundel bestellen (€ 92,90 inclusief verzendkosten); vergeet je adres niet...
Aanmelden workshop
Aanmelden nieuwsbrief (ongeveer 3x per jaar)
Informatie over begeleiding
Overige

Ik ga ermee akkoord dat deze gegevens worden opgeslagen en gebruikt om contact op te nemen. Ik ben me ervan bewust dat ik mijn toestemming op elk moment kan intrekken.*

*Verplichte velden
Dankjewel en alvast succes met (de start van) je proefschrift!

Archief

Lees hier alle blogs van de afgelopen jaren.

Blogs 2023-

Hartslag - door Floor (2301)
Jean Baudrillard - door Kerstin (2303)
Arbeidsdag - door Floor (2305)
Hrotsvitha von Gandersheim - door Kerstin (2307)
Woedende wetenschap - door Floor (2309)
Barbie - door Kerstin (2311)
Dr Swift - door Floor (2401)
Roodkapje - door Kerstin (2403)
Spinsels - door Floor (2501)
Brand(t) - door Kerstin (2503)
Pleister - door Floor (2505)
Merlijn - door Kerstin (2507)
Metafysica - door Floor (2509)
Victor Frankenstein - door Kerstin (2511)
Diplomatiek - door Floor (2601)
P. Akkermans - door Kerstin (2603)
Thomas Midgley - door Floor (2605)

Blogs 2019-2022

Bedriegerscomplex - door Floor (1901)
Amy ten Have Groskamp - door Kerstin (1903)
Hitchhikers guide to the doctorate - door Floor (1905)
Alan Turing - door Kerstin (1907)
Boeken die je niet gelezen hebt - door Floor (1909)
Menno Wigman - door Kerstin (1911)
Zwarte gaten - door Floor (2001)
Hesther Robbe - door Kerstin (2003)
Breakdown of the normal - door Floor (2005)
Der Willy - door Kerstin (2007)
Tsundoku - door Floor (2009)
Helene Smith - door Kerstin (2011)
Buitendoctoren - door Floor (2101)
Lord Voldemort - door Kerstin (2103)
Buitendoctoren ii - door Floor (2105)
Borat Sagdiyev - door Kerstin (2107)
Buitendoctoren iii - door Floor (2109)
Hildegard van Bingen - door Kerstin (2111)
Don’t look up - door Floor (2201)
Paul Baran - door Kerstin (2203)
Buitendoctoren iv - door Floor (2205)
Rene Descartes - door Kerstin (2207)
Roadtrip - door Floor (2209)
Femke Bol - door Kerstin (2211)
 

Blogs 2016-2018

Seth Roberts - door Kerstin (1610)
Type Meckering - door Floor (1610)
Anton Heyboer - door Kerstin (1611)
Type Rose - door Floor (1611)
Albert Einstein - door Kerstin (1612)
Hoe moet je niet schrijven - door Floor (1612)
Wim Kayzer - door Kerstin (1701)
Post-truth - door Floor (1702)
Max Havelaar - door Kerstin (1703)
Paaseieren - door Floor (1704)
Maurits Escher - door Kerstin (1705)
Over bubbels - door Floor (1706)
Metusalem - door Kerstin (1707)
Over kevers en zo - door Floor (1708)
Sally and Anne - door Kerstin (1709)
Mores leren - door Floor (1710)
Academia obscura - door Floor (1712)
Be my eyes - door Kerstin (1801)
De waanzin van de hoepelrok - door Floor (1803)
Ginevra - door Kerstin (1805)
Hans Dorrestijn - door Kerstin (1807)
Serious business - door Floor (1809)
Pieter van Mierevelt - door Kerstin (1811)

Over ons

De auteurs van het Handboek Buitenpromoveren

dr. Floor Basten
06 - 25 57 59 57
persoonlijke website
cv-floorbasten.pdf

dr. Kerstin van Tiggelen, MBA
06 - 51 35 08 97
persoonlijke website
cv-kerstinvantiggelen.pdf

BOEKEN

Een must

WORKSHOPS

Beste start

© Copyright Expertisecentrum Buitenpromoveren |  Alle rechten voorbehouden | Privacyverklaring

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.